Het credo

Het lijkt wellicht een pretentieus statement om mezelf "de professor der romantiek" te noemen. Het is alsof ik tegelijkertijd alles en niets weet van de liefde, een contradictie waarvan ik nu al weet dat ik er heel mijn bestaan op deze aardbol mee zal leven. Toch heb ik reeds ondervonden, lees hier een 21-jarige knaap, dat er niets zo belangrijk is als romantiek in mijn leven. Het gevolg van deze revelatie is onder meer deze blog, waarmee ik tracht een taak als apostel van de romantiek te vervullen, een taak waar ik niet voor gekozen heb maar die mij opgelegd is door een hoger bestaan. Een strijd voor romantiek zal ik voeren, tot ze mij op mijn knieën brengt door haar verbijsterende kracht. Ik leef als dader én slachtoffer van de romantiek, elke uithoek van haar bestaan wil ik ontdekken, tot op het punt dat men mij niet langer Dimitri, maar geheel rechtvaardig Dé Professor der Romantiek noemt.

vrijdag 28 januari 2022

14 Januari 2022

Ik, Dimitri (mocht u de auteur zijn vergeten, zoals ik mezelf zo vaak betrap bij het lezen van dergelijke literatuur) en mijn noemenswaardige, essentiële eega maken van deze dag gebruik om rond te zwerven in het minieme Gent. Miniem, wij komen namelijk van Antwerpen, ere wie ere toekomt. Over de bedoeling van deze tocht ben ik nu en dan bewust, andere momenten moet ik mijn eega, het orakel van mijn bestaan, raadplegen: 

"Waarom moeten we juist die trein nemen? Een dik uur zitten turen naar het oppervlakkige vlakke Vlaanderen, niet echt iets waar ik op sta te wachten, want wat gaan we anders doen? Praten of dergelijk entertainment is nu niet aan de orde met deze half slapeloze sukkel. Is dit nu werkelijk een derde van mijn portefeuille inhoud waard om puur uit comfort en gemakzucht, luxueus en snel in dat stadje te geraken?" Een derde van mijn portefeuille inhoud, want veel heb ik niet op zak. Vaak na mijn orakel te raadplegen, mijmer ik weg in gedachten vooraleer ze me van antwoord dient: 

"Waar zijn eigenlijk de tijden gebleven waar mensen nog liften om ergens te geraken? Natuurlijk, Dutroux. Stomme kop van je, dat had je wel eerder kunnen bedenken Dimi, jij met je krakend hersenpan. Hoewel, dit heeft mij toen destijds (op zo'n 8-jarige leeftijd) niet tegengehouden om samen met mijn moeder te liften met een bende drugsdealers. Als 8 jarig jongetje vond ik het eigenlijk een best aangename ervaring! Een mooie auto (was het BMW of Mercedes?) met zachte lederen stoelen waar ik met mijn zitvlak helemaal inzakte en dan die mannen, fantastisch waren ze! Ze gaven me een kinder Bueno bij het passeren van het tankstation en (zo goed als ik me het kan herinneren) mijn moeder een boeket rozen, een ongeziene gastvrijheid. Alleen wel bizar hoe ze elkaar Johnny en Jimmy noemde, ik ben namelijk nog nooit gasten van Arabische origine tegengekomen met zulke Westerse namen, maar het moet gezegd, het zorgde voor ontzettend veel jolijt. Zo was ik vanaf toen Jacky gedoopt. Toch sta ik hier wel, ondanks mijn goede herinneringen aan het liften, te wachten voor de trein die naar Gent rijdt. Besefte ik maar wat minder de gevaren in het leven, dan had ik nu nog geld en moest ik niet een verdomd uur op die kut trein zitten. Dat gezegd wat is eigenlijk dat gevaar? Wie zou er mij nu ontvoeren bij het liften? Misschien een moeder op middelbare leeftijd, dat is doorgaans het type waar ik zo goed bij scoor, ook al niet (altijd) de bedoeling." Zo komt er af en toe een gedachtestroom door mijn hersenpan, je weet wel, die na een seconde of vijf weer voorbij zijn. 

Op het moment dat mijn eega haar ongehoord antwoord uitgesproken heeft, stopt het gemijmer. Iets in me zegt dat ze, zoals quasi altijd, een goed argument heeft gegeven om mee te participeren aan dit compleet onnozel, ondanks ludiek bedoeld, uitstapje naar Gent. Het is nog ochtend dus permiteer ik mezelf wat pessimistisch te zijn. 

Enfin, 'een dagje Gent' dus. 

Zo ver ik me herinner zal de dag er als volgt uitzien:

We bezoeken eerst een tattooshop, een goede zegt ze. Dan richting boekenwinkel 1, boekenwinkel 2, Boekenwinkel 3, voor het gemak waarom ook niet boekenwinkel 4 en natuurlijk: Mijn broer woont al anderhalf jaar in Gent, waar ik nog altijd niet langs ben geweest, dat kan er ook wel bij! Natuurlijk gepaard met, het kan niet anders, het Belgische traditionele 'teraskes doen'. 

Ik ben best trots op mezelf dat ik dit kan onthouden, ik ben namelijk niet echt planmatig ingesteld. Toch niet zo geëvolueerd als 'de anderen' van me verwachten. Als je het mij vraagt kon dat niet anders zijn, zo ben ik ook niet planmatig op deze aardbol gekomen. It was written in the stars man! Blame my parents. Mijn ouders, de schuld van alles slecht in mijn leven, zo ook al het goede. 


*Tringeling* de tattooshop binnen. Het is een geluid, een teken van liefde . Ik hield me vast aan een principe nooit de inktnaald in mijn vel te laten dringen, tot op deze dag, want hier sta ik dan met een uitgewerkte tekening die binnenkort ergens op mijn arm prijkt. Haar invloed op deze beslissing is kenbaar, sterker nog, het idee zou nooit in mijn brein zijn geplant zonder haar. Een rationeel specimen, zo heb ik er veel tot vriend gemaakt, zou mij erop wijzen dat het een ridicuul idee is, dat ik niet van mijn principes mag afwijken, dat ik er kortom spijt van zou krijgen. De logica die ik, voordat ik haar ontmoette, hanteerde zou me hetzelfde adviseren, maar daar ben ik nu weinig mee. Mijn leven is veranderd en mijn kijk op een tattoo evenzeer. Mijn heel denken is veranderd, sinds een jaartje ben ik tot het inzicht gekomen dat ik van de romantiek leef. Een tattoo laten zetten, nog een gevolg van de revelatie waardoor ik deze blog start. 

Ik ben geen rationeel specimen. Wat maak ik mezelf eigenlijk wijs, ik heb niet eens ooit in mijn leven principes gehad. Principiële mensen, ik zal ze nooit verstaan. Het is niets voor mij om aan een idee vast te blijven hangen onder het mom van het goede. Geef mij ook maar eens wat slecht, meneer rationeel specimen. Geef mij maar gewoon waar ik zin in heb. Een tattoo, best mooi eigenlijk! Het zou trouwens ook een totale illusie betreffen dat ik mij kan scholen tot professor der romantiek mocht ik een rationeel wezen zijn. Die twee zijn compleet contradictorisch. 

Eens we de tattooschop verlaten dringt het tot me door dat we het eigenlijke, werkelijke doel van deze tocht hebben bereikt. "Nu we bij de tattooshop zijn geweest, kunnen we toch terug naar huis?" zou uit mijn bek zijn gekomen mocht het nog ochtend zijn, maar het is inmiddels namiddag en zoals de dag in nacht veranderd, wordt mijn humeur ook beter. Voor zij die geloven dat de ochtend meer te bieden heeft dan de nacht, ik leef met u mee, u mist romantiek. Nog erger, u mist mij. Zij mist mij ook in de ochtend, maar ik ben een steevast aanbidder van de nacht, een nachtraaf die nooit fladdert in de ochtend. Dat ze maar wat later opblijft en zich laat zinken in mijn zogezegde slechte gewoontes. 

Tattooshop check. Op weg naar de eerste boekenwinkel: Het paard van Troje. Ik herken deze boekenwinkel, later blijkt dat ik er eens ben geweest met mijn broer. Ik heb al mijn budget van de afgelopen maanden, dat ik voornamelijk toegereikt krijg door mijn verwekker (wat ben ik toch een verwent rotjoch), verkwanseld aan boeken en nu sta ik hier weer. Nou ja, het is beter dan een cocaïneverslaving zeg ik bij mezelf, alhoewel dat ik dat ook nog eens moet uitproberen vooraleer ik de waarde ken van deze uitspraak. Gelukkig woon ik in Antwerpen, lekker handig toch! Waar waren we? Een boekenwinkel, daar was ik en natuurlijk zag ik weer een verdomd boek dat ik al een hele poos wou lezen. Een prachtige kaft ook nog eens, een naakte vrouw met een riem rond haar nek die zichzelf in een soort zelfmoordgreep houdt. Mijn interpretatie van een prachtige kaft is misschien anders dan die van u, verder kan ik daar ook niet zinnigs over schrijven, ik ben wie ik ben. 

Ik zag de kaft eerst voor de titel, zo gaat dat meestal, maar bij het lezen van de titel wist ik dat het wederom ging gebeuren. De laatste twee derden van mijn geld die overbleven in mijn portefeuille, na het spenderen van dat eerste derde aan dat stomme treinticket, spendeer ik hier aan. Als het niet nu is, dan doe ik het wel straks. "De 120 dagen van Sodom" een titel die bij menig feminist kippenvel doet ontstaan. Ik, die ervan overtuigt is dat hij een groot voorstander is van de feministische beweging, heb het moeilijk dit boek te kopen. Aan de kassa staat een jongedame, zou zij weten waarover dit boek gaat? Zo ja, zou ze mij anders bekijken als ik dit boek koop in plaats van pakweg 'The Picture of Dorian Gray'? Misschien helpt het wel als mijn eega naast mij staat bij de aankoop, zou ik dan minder vrouwonvriendelijk lijken? Ik besef me dat dit boek kopen niet een transactie is van goederen, maar meer een vraag naar goedkeuring. Ik laat zien dat ik geïntrigeerd ben in het Sadisme waarmee  Markies de Sade schreef en de jongedame laat met haar reactie zien wat ze daarvan denkt. Vol spanning om deze 414 pagina's aan controverse te kopen, verwacht ik me aan een reactie. Er komt geen. Godverdomme, heb ik daarvoor mijzelf druk gemaakt in niets? Ik die dacht dat ik iets spannends ging doen, iets controversieels. Nu sta ik hier, helemaal voor schut, ik ben degene die het sadistisch boek koopt, maar zij die me zo voor schut zet, die mij de kwelling aandoet van overrompeld te worden met angsten, is ook wel welkom in het sadisme-clubje. Dimitri, Markies De sade en de kassierster, wat gezellig! Mijn gedachten worden rap gekalmeerd wanneer ik lees, op mijn alwetend machientje, dat Simone de Beauvoir, een voorbeeld voor elke feminist, Markies de Sade niet antifeministisch vind en dus eigenlijk best oké is om te lezen als historisch fragment. Sukkel dat ik ben, die dame achter de kassa wist dit natuurlijk, is waarschijnlijk grote fan van Simone de Beauvoir of nog meer, ze houdt gewoon van het sadisme van De Sade. Alweer moet ik het onderspit delven van de vrouw.


We gaan verder naar boekenhandel 2, het welbekende Standaard Boekenhandel. Deze tocht door Gent heeft door deze verschillende boekenhandels nog een ander doel gekregen, een beetje zoals het boek  'waar is wally', speel ik hier: Waar is 'Hal Bennet'. Deze auteur schreef destijds een boek, dat ik via een YouTube filmpje ben tegengekomen, getiteld 'The lord of dark places'. Dit boek is een donker satirisch,  absurd en verschrikkelijk maar humoristisch verhaal. Voor zij die mij (niet) kennen, een beetje een samenvatting van mijn smaak als het aankomt op films, boeken en liefdes, dat ook. Ik vernam het al toen dat ik het YouTube filmpje zag, maar ook in mijn zoektocht bleek nogmaals hoe obscuur dit boek is. Het volgende dat ik schrijf is volgens u wellicht overdreven, maar ik meen het werkelijk als ik zeg dat ik ondertussen de doorsnee catalogus van boekenwinkels vanbuiten ken, die onder de letter 'B' toch. Het rijtje auteurs gaat als volgt: 

Babel, Bachmann, Backman, Baldwin, Ballard, Balzac, Banks, Banville, Barba, Barker, Barnes, Baudelaire, Beauvoir, Becker, Beckett, Bedert, Bekongo, Bell (zo zijn er trouwens wel 20), Benford en dan uiteindelijk die verdomde Bennets. 

Ik krijg elke keer weer, 4 maal om precies te zijn, de hoop hét opus magnum beet te nemen. Tevergeefs, het betreft altijd de foute Bennet. Niet Brit Bennet, dan wel Claire-Louise Bennet of Thomas Bennet of Alan Bennet of… you get the picture. Auteurs die tot heden onbekend blijven in mijn lexicon, die me trouwens ook geen moer kunnen schelen. Ze blijven mij de 4 boekenwinkels door dwarsbomen, verdomme. Nou Brit en Claire-Louise, jullie lees ik nooit! Die andere Bennet-troep erbij.  

 

Gekweld door deze zoveelste teleurstelling in mijn leven, even mijn dramatisch karakter eer aandoen, prijs ik me gelukkig toch Markies De Sade in mijn handen te dragen. Die zal ook wel kunnen voldoen aan mijn wens een donker satirisch, absurd en afschuwelijk, maar humoristisch boek neer te pennen. Ik slaag het boek even open, om mijn vermoeden te bevestigen, en lees:

‘Deze keer was de beurt aan Monseigneur om zich te lenen voor de masturbatieoefeningen, en ging hij daar dus heen. Waren de leerlingen van madame Duclos mannen geweest, dan had Monseigneur waarschijnlijk geen weerstand kunnen bieden. Maar een klein spleetje onder in de buik was in zijn ogen een schromelijke fout, en zelfs al zouden de drie gratiën om hem heen hebben gestaan, zodra hij die vervloekte spleet zag, verkilde hij. Hij bood dus als een ware held weerstand; ik geloof dat hij zelfs niet eens een stijve kreeg, en men ging weer verder.'

 

Kan er wel mee door denk ik, niet in de zin dat het nog net acceptabel is om in deze tijd gepubliceerd te worden (wat trouwens wel zo is), maar eerder dat het net (op het randje) voldoet aan mijn zoektocht naar controverse en rariteiten. Waar ik dat vandaan haal, rariteiten opzoeken, mezelf verdiepen in het onbekende? Vraag het aan de schuld van mijn bestaan.

 

Om deze tocht in het stadje Gent te eindigen zetten we het “terraskes doen” nog even voort, vooraleer we mijn broer bezoeken. Ik hoor, dank u god, niet bij het onzekere groepje specimina dat nodig alcohol in zijn of haar lijf moet hebben om enig sociale fluctuatie aan te gaan. Dat betekent zich in een andere situatie begeven dan met jezelf, want dat is de toestand waar ik mij doorgaans het meest welkom voel en is dus de norm. Het lukt me, nogmaals dank u god, om deze kwestie semi-sober aan te pakken. Ik heb mijn broer intussen een goed jaar niet meer gezien dus veroorloof ik mezelf om toch een goede 14% alcohol in mijn bloed te jagen. Wijn bleek, na menig jaren zelf wijn te consumeren, een echte familietraditie te zijn. Dit wist ik niet, maar toch was ik al even wijnfanaat. Mysterieus hoe zulke tradities onbewust worden doorgegeven of wie weet, misschien blijft alcohol wel voor een deel van generatie op generatie in het bloed zitten.  Mocht dat het geval zijn beste vriend, dan mag u mij nooit verwijten alcoholieker te worden. Ach wat zever ik, daar hebt u sowieso geen recht op. Ben ik alcoholieker? Ik weet het niet, ik vind het althans een mooi woord waar ik me wel in kan vinden. ‘Hij die excessief alcohol tot zich neemt’, geen idee of dat de exacte definitie is, maar in dat kader pas ik in ieder geval wel.

Naar mijn broer. Het blijkt twee straten verder te zijn vanwaar we momenteel op ons zitvlak luieren. Toch vinden we een manier om onszelf te pijnigen door weder te keren naar de boekenwinkel waar we juist waren, want zij wou toch misschien dat ene boek kopen waar ze daarstraks al een halfuur naar zat te turen. Waarom ook niet, we komen toch niet rap terug in dit boerengat. Ik verwacht me eraan dat ze het boek, een fotoboek trouwens, gaat kopen zodat deze bemoeilijking niet geheel tevergeefs is. Ze koopt het boek niet, maar toch is de omweg niet geheel teleurstellend. Zo heb ik ook nog plezier gehad in een fotoboek te kijken vol met naaktmodellen die, meestal heel mooi, mijn interesse wekken. Ik weet niet wat het is dat me hierin aantrekt, maar een naakt lichaam is altijd interessanter dan een bekleed lichaam in mijn wereld. Hoewel, ik hoef nu ook niet iedereen naakt te zien. 

Eenmaal bij mijn broer, realiseer ik me dat die 414 pagina's aan controverse nog altijd, waar zou het anders naar toe zijn gegaan, aan mijn zij hangt. Ongetwijfeld zal hij zich afvragen waaraan we deze dag hebben besteed en na onze boekentour uitgelegd te hebben, welke boeken we meenamen. Mijn profetische woorden komen uit, maar ik heb geluk met mijn reputatie als warhoofd en kan zijn vraag beantwoorden met een subtiel, zo denk ik toch, ontwijkend: "Euhm, heb ik iets gekocht? nee, ik denk het niet nee, nee." Ik zeg dit niet omdat ik zozeer angst heb voor een oordelende blik of conversatie, het is mijn broer, die zal wel weten dat ik geen sadistische bedoelingen heb? Niet mijn geliefde wil ophangen aan een of ander marteltuig? (niet meteen iets dat tot mijn fantasieënsortiment behoort) Toch ontwijk ik het gesprek liever, ik weet namelijk zelf nog niet zo goed waarom ik dit boek persé moest hebben. Het is hoogstwaarschijnlijk te verklaren door de spanning die me opwacht in dit boek. Het is een manier om mijn nogal, fuck you corona, vervelend en saai leven van wat opwinding te verwennen. 

Ik ben content dat ik toch ben langsgekomen bij het, eigenlijk niet meer zo nieuwe, nieuwe appartement van mijn broer. Morgen zie ik hem weer op het familiefeest, zo doe ik meteen beter dan het vorige jaar waar ik hem (als ik me goed herinner) maar één keer zag. Goed bezig Dimitri, je bent een ware familieman.